Engelse poorten

Een poort bestaat in principe uit een gedeelte dat beweegt (het hek) en een vast gedeelte (de plantpalen). Een poort kan op verschillende manieren geplaatst worden, maar het volgende is in alle gevallen belangrijk:

  • de plantpalen moeten stevig in de grond staan en niet meer kunnen bewegen
  • de plantpalen moeten goed ‘in lijn’ staan
  • de afstand tussen de palen moet correct zijn

Het hangwerk wordt altijd op dezelfde wijze geplaatst, ongeacht de wijze waarop u het hek wilt laten sluiten.
Voor het plaatsen van dit type poort heeft u een slangeboor of spiraalboor van 22 mm dikte nodig.

Raster- en raamwerkpoorten

Het hang- en sluitwerk is standaard gemonteerd op het hekwerk en de plantpalen.

  • Leg de poort met de losse plantpalen op de grond, met het hang- en sluitwerk naar boven.
  • Hang de hengen (scharnieren – gemonteerd op het hekwerk) in de duimen (gemonteerd op een van de plantpalen).
  • Leg aan de andere kant de tweede plantpaal (sluitpaal).
  • Maak één geheel van de plantpalen en het hekwerk door ze met twee planken aan elkaar vast te schroeven.
  • Nu kunt u de plaats van en afstand tussen de gaten bepalen voor de plantpalen.
  • Graaf de gaten en stel de poort hierin.
  • Vervolgens de gaten opvullen met puin, waarin u kant-en-klaar beton giet dat met veel   water is aangelengd.
  • Een aantal dagen wachten tot het beton hard is. Dan kunt u de twee planken van de   poort verwijderen. De poort kan nu in gebruik genomen worden.